Eén voor allen, allen voor één

Ik ontwaak

Het is een prachtige lentedag. De tuin ontwaakt, net als ik. Ik bruis, ik stuiter als voorheen. De winter en de chemo’s heb ik achter me gelaten. Ik vier het leven. Terwijl ik me verwonder over mijn levenslust en veerkracht, oppert een klein stemmetje in mijn hoofd, dat ik misschien mijn gevoel onderdruk. Ik kan onmogelijk zo gelukkig zijn, gezien de omstandigheden, zegt deze innerlijke stem. Ik pareer het kleine stemmetje: ‘Nee Joh, doe niet zo raar! Mijn gevoel zit fijn in de kelder met de deur op een kier. Niets aan de hand’ Ik probeer het stemmetje te negeren. Helaas, dat lukt niet meer. ‘Echt, mijn gevoel zit veilig, in een beschermde leefomgeving’ probeer ik nogmaals.  Maar het stemmetje houdt vol: ‘Onderzoek het eens, dat kan toch geen kwaad?’

stembevrijding

Dus zoek ik op het internet naar een iemand die mijn gevoel gaat bevrijden. Mijn oog valt op stembevrijding. Met al die stemmen in mijn hoofd, lijkt me dat een logische keus. Als ik lees over de kracht van kwetsbaarheid, ben ik overtuigd. Ik maak een afspraak met Ina. Na de intake, waar ik lachend mijn tranentrekkende verhaal vertel, krijg ik opdracht om twee liedjes te kiezen. Deze mag ik de volgende keer voor haar te zingen. Huh, zingen?!? vraag ik onzeker. Waar ben ik aan begonnen! Hoe heb ik kunnen denken dat stembevrijding zonder zang zou kunnen! Misschien heb ik toch de verkeerde therapie gekozen, oppert mijn sceptische Zelf.

‘So What, het is tijd voor verandering! Uit je comfortzone!’ Een nieuwe stem mengt zich in het gesprek. Inmiddels ben ik aardig gewend aan al die stemmen in mijn hoofd. Volgzaam kies ik twee liedjes. Een week lang zing ik ijverig mee met Anthonie Kamerling’s ‘Toen ik jou zag’ en ‘Ik heb je lief’ van Stef Bos. Allebei prachtige, kwetsbare liefdesliedjes. Mijn rationele zelf gniffelt: je hebt geen therapeut nodig om te bedenken wat dat betekent: je hunkert naar liefde, en het uiten ervan! Ik houd wijselijk mijn mond en zing onverstoorbaar verder. Op het moment van de waarheid sta ik blozend en piepend bij Ina in de kamer. Er komt een zacht, schril gefluister over mijn lippen. Ai, wat probeert mijn binnenste mij op deze manier te vertellen?

Hannah

Gelukkig, Ina heeft veel meer tools in huis. We kiezen een andere aanpak: Ina is mijn gevoel en ik mag haar opstellen in de kamer. Dat vind ik leuk. Ik zet haar in de achterkamer, in de schaduw, met haar  rug  tegen de muur. Zelf ga ik heel tevreden bij het raam staan, in de zon. Ik sluit mijn ogen en voel. Wat moet ik nou met die dame daar in het donker, spookt het door mijn hoofd. Voorzichtig ga ik op onderzoek uit en als een kat sluip ik rondjes om haar heen. Ongemakkelijk, niet wetend wat te doen of hoe haar te benaderen. Ina staat verdrietig in het donkere hoekje van de kamer. En dan opeens… verschijnt daar Hannah, mijn gevoel. Een klein verdrietig meisje. Ze draagt een rood wit gestipte poncho en regenlaarsjes. Ach, arm kind, ze is klein gebleven omdat ze niet gezien werd. Ina drukt een fleecedekentje in mijn armen. ‘Dit is Hannah’, zegt ze. Ik koester Hannah. Beloof haar plechtig vanaf nu goed voor haar te zorgen. Ik sta met het fleecedekentje in de kamer en mijn sceptisch Zelf grijnst breeduit.

Bea

Iets in mij, vertelt dat er nog iets anders in de kamer is. Iets kleins en kwetsbaars, iets prils, iets wat gekoesterd moet worden. Ik kan er niet bij. ‘Voel nog een beetje dieper’, zegt Ina. Terwijl ik mijn ogen sluit mompel ik Hmm, iets heiligs, een soort tempel, oh nee, een zaadje, Oh nee, ik weet het: een baby’tje!  ‘Huh, waar komt dat vandaan’, vraagt mijn sceptische Zelf. Ik weet heel zeker dat ik geen onvervulde kinderwens heb. Dat laat ik me niet aanpraten! Mijn rationele Zelf doet moeilijk, maar ik negeer haar. Met moeite lukt het me dit baby’tje te duiden. ‘Het is mijn creativiteit’, hoor ik mijzelf zeggen. Ik noem haar Bea, van Crea-Bea. Behoedzaam stopt Ina een tweede fleecedekentje onder mijn andere arm. Onhandig houd ik Bea vast. Met één arm over de schouders van de verdrietige Hannah en in mijn armen een mollige Bea, kijk ik vragend naar Ina. ‘Tsja, wat nu? Waar gaan we heen? Waar gaat dit heeeeen??? Vragen al mijn verschillende identiteiten.

Valkuil

Ina heeft het antwoord al in haar handen. Ze legt een placemat op de grond. ‘Zo, dit is je toekomst. Hier ga je heen. Je doel!’, zegt ze triomfantelijk. Haha, Ik protesteer. Was het maar zo makkelijk! Dat gaat zomaar niet. En Hopsakee…. een tweede placemat gaat op de grond. Net voor mijn voeten. ‘Dit is wat je belemmert, je valkuil’. Mijn valkuil ligt precies zo, dat ik niet rechtstreeks naar mijn  doel  kan lopen.  ‘Oke’, zegt Ina. ‘Stap maar eens op je valkuil’. ‘Whaattt? Echt niet! Geen denken aan’, roep ik. ‘Die valkuil is een zwart gat. Je wordt meegezogen en zie er maar eens uit te komen!’ Na enige aansporing van Ina, tel ik tot drie, houd ik mijn adem in en stap in mijn valkuil. Nou daar gaan we dan! Laat het onheil maar geschieden, denk ik. Terwijl ik wacht op de ellende die komen gaat, staat Ina glimlachend toe te kijken. ‘Er gebeurt niets’, zeg ik verwonderd. ‘De wereld vergaat niet, geen man overboord, gewoon ‘Ik’ met twee dekentjes op een placemat!’ Heerlijk het kwartje valt. Valkuilen zijn zo erg niet. Je stapt er per ongeluk in, en dan klim je er gewoon weer uit. kwestie van schouderophalen en doorgaan.

Doel

Nu alle mitsen en maren opgeruimd zijn, is de weg naar mijn doel vrij. ‘Kun je nu wel naar je doel lopen?’, vraagt Ina. Langzaam schud ik de dekentjes op en kom in beweging. Twijfelachtig loop ik rondjes om mijn doel. In mijn hoofd is het een kakofonie van stemmen: Wat vind ik er eigenlijk van om op mijn doel te zijn? Wil ik dat wel? Dat voelt namelijk als “The End” Ben ik daar al aan toe? Nee, in tegendeel, ik ben nog maar net op reis.

Deze innerlijke reis geeft me nieuwe energie en levensvreugde en mag best nog wat langer duren’. ‘Maar ik wil duidelijkheid, richting en bevestiging’, brengt mijn rationele Zelf ertegenin. Ina komt tussenbeide: ‘Probeer het gewoon even, je kunt er ook gewoon weer uitstappen’.

Eureka

Ze heeft gelijk. Ik stap zwaar beladen en met hoge verwachtingen op mijn doel. Ik  verwacht een hemels inzicht, een eureka momentje. Maar nee, helaas, niets daarvan. ‘Ik voel me niet oké hier, zeg ik. ‘Hier hoor ik niet, nog niet. Ik wil ergens anders zijn’. ‘Alsjeblieft’ Ina geeft me de laatste placemats. ‘zoek dan maar de juiste plek voor jou.’ Ik vind een plek een metertje voor mijn doel vandaan. ‘Tsjonge dat voelt beter’ Tevreden sta ik met mijn onopgehelderde doel, Hannah – mijn gevoel en Bea – mijn Creativiteit naar mijn Doel te kijken. Opeens krijg ik een ingeving. “Ik word de Floortje Dessing van de Binnenwereld’, roep ik uit. De gedachte maakt me vrolijk. Mijn rationele, sceptische Zelf haakt ook weer aan. ‘Top, leuk!’ zegt ze en maakt al plannen voor een filmpje.

Wij, ‘ik en al mijn stemmen’, smeden een nieuw verbond à la de drie musketiers. Het zal een interessante reis naar de Binnenwereld worden. Niet het eindresultaat maar de reis is het doel, vinden we unaniem. ‘Eén voor allen, allen voor één’, zingen we in koor. En zo wordt er toch nog gezongen op deze wonderbaarlijke dag bij Ina.

Voetnoot van Ina

Door mijn persoonlijke gesprek met jou, Marieke, ben ik erachter gekomen, dat er nog een 2e uitleg van Stembevrijding mogelijk is, namelijk de jouwe. Jij vertelt in je verhaal: Eén voor allen, allen voor één, hoe je de stemmen die in jou leven, hebt vrijgelaten/bevrijd. Dit heb je gedaan door o.a.  je gevoel Hannah, je creativiteit in de vorm van een baby: Bea, je sceptische Zelf aan het woord te laten en ernaar te luisteren. Je hebt meer contact met jezelf kunnen maken, door ze allemaal aan het woord te laten en dat heeft je tot een completer mens gemaakt, denk ik.

Als dit gesprek met jou niet had plaatsgevonden, had ik je stuk niet kunnen begrijpen, omdat in mijn visie Stembevrijding iets heel anders is. Inmiddels is dat verleden tijd.

Je hebt me met dit gesprek iets moois gegeven Marieke. Heel veel dank daarvoor!

2 Comments

  1. Wow, wat een mooi verhaal! Dankjewel dat je het deelt. Ik heb een vergelijkbare ervaring via een tekening die ik jaren geleden maakte n.a.v. mijn meest nare herinnering (dat was de vraagstelling). Ik tekende toen twee kinderen met een muur ertussen: een blote bibberende en een vrolijk geklede. ik ga niet de hele tekening hier uitleggen, maar ik dacht toen dat ik één van de twee was. Later ben ik gaan beseffen dat ik beide was en ik ben ze steeds meer gaan koesteren.
    Veel liefde gewenst, Marieke, voor je drieën. 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *